Waar op te letten bij de aankoop van een DAF 600, 750, DAFfodil en 33… (A-body)

Carrosserie:

Inspecteer de auto goed op roest. Beruchte plaatsen zijn de voorspatborden en de portieren. Nieuw aangemaakte spatborden zijn sinds kort weer volop leverbaar door het DAF Club Nederland magazijn. Bij de portieren de onderkant bekijken, zijn de afwateringsgaatjes nog open?

Controleer vooral ook goed de bodem, zowel van buiten als binnenin de auto. Til de vloermatten op en bekijk met name de voorste wielkasten, maar ook onder de stoelen.

Verder zijn de kriksteunen bekende zwakke plekken, in geval van twijfel kunt u proberen de auto op te krikken. Gaat de krik steeds verder omhoog maar blijft de auto (krakend) staan, dan weet u genoeg….

Bedenk dat een goudeerlijke roestplek meer betrouwbare informatie geeft over de conditie van de auto dan overgeschilderde plamuurplekken!

Dit geldt ook voor overmatig gebruik van tectyl en/of bitak. Hier kunnen hele vervelende verrassingen onder verborgen zitten!

Motor:

Een zwak punt van de tweecilinder motor is het inlaatspruitstuk. De kleine pijpjes naar de warmtewisselaar en de dwarsdemper moeten aangesloten zijn en mogen niet lekken. Een met kit (Gun-Gum o.i.d.) aangesmeerd inlaatspruitstuk is altijd verdacht. Vervangen is kostbaar!

Controleer voorts ook de warmtewisselaars, met name het linker exemplaar. Het opstaande pijpje naar het inlaatspruitstuk is vaak doorgeroest. Vervangen hiervan is eveneens kostbaar.

Een motor die geheel in orde is, zal normaal gesproken vlot moeten aanslaan en gelijkmatig moeten lopen. De motor moet stationair netjes op twee cilinders lopen en mag niet teveel schudden. Onregelmatig lopen kan diverse oorzaken hebben, maar een bekend euvel van de tweecilinder is een verbrande klep. Trek bij stationair lopende motor om de beurt één van de bougiekabels los. Bij merkbaar verschil of afslaan van de motor is de betreffende cilinder in orde. Indien geen merkbaar verschil in het lopen van de motor is er in de betreffende cilinder iets mis. Overtuig uzelf er voor de zekerheid van dat de bougie vonkt. Wanneer dit het geval is, is er waarschijnlijk een klep lek. Vervangen is niet kostbaar, maar is goed voor een aantal uren sleutelplezier.

Indien u twijfelt, of 100% zekerheid wilt, voer dan een compressietest uit.

Elke motor “zweet” iets, een beetje vettigheid op het motorblok is dan ook niet meteen een reden voor ongerustheid. Integendeel: een overdreven schone motor is vaak verdachter dan een iets vettige.

Controleer wel of de motor niet overmatig olie lekt, bekende plaatsen bij de tweecilinder zijn de oliekeerringen, de afdichtingen van de stoterstangpijpjes en de oliedrukschakelaar.

Wielophanging:

De dwarse bladveer voor mag niet zijn doorgezakt. Tussen het rubber en de veer moet minimaal een duimbreedte aan ruimte zitten. Controleer de stuurkogels op speling door iemand zachtjes met het stuur op en neer te laten draaien, en uw vingertoppen op de stuurkogel te leggen. Het controleren van de fusee-kogels is wat lastig zonder brug en koevoet. Let echter wel op of de afdichthoezen hiervan niet gescheurd zijn!

Voor zover mogelijk: controleer de draagarmen van de achterwielophanging op eventuele scheuren.

Krik de auto achter op en controleer of de achterwielen goed vast zitten. Een kleine verdraaiing van links naar rechts is normaal, vanwege de speling in de tandwielkasten. Alle andere spelingen zijn verdacht en ontoelaatbaar, dit kan duiden op uitgeslagen steekassen en remtrommels.

Controleer verder de schokdempers, door de auto stevig in te laten veren, op elke hoek. Bij loslaten moet de auto vrijwel meteen weer stabiel zijn. Wanneer de auto na blijft deinen is de betreffende schokbreker niet meer in orde. Bedenk wel, dat de werking van de achterschokbrekers bij een DAF A-type, vanwege de ongunstige plaatsing altijd matig is.

Remsysteem:

Het remsysteem van een DAF A-type is zeer zwak. Houdt bij aankoop rekening met een remrevisie, vooral wanneer de auto langere tijd heeft stilgestaan.  Controleer de hoofdremcilinder op lekkage. Bekijk in de auto ter hoogte van het rempedaal de stift die naar de hoofdremcilinder gaat (door het schutbord). Is het daar in de buurt vet/nat, dan heeft de hoofdremcilinder zijn beste tijd gehad.

Een andere manier om dit te testen, is door langere tijd flink druk op het rempedaal uit te oefenen met uw voet. Het rempedaal mag niet wegzakken en moet hard blijven aanvoelen. Wegzakken van het rempedaal duidt op lekkage.

Controleer voorts ook de handrem, dit is echter nooit het sterkste punt van een Atype geweest! De werking ervan is dan ook gering.

Proefrit:

Nu u al diverse zaken optisch hebt gecontroleerd, is het tijd enkele zaken in de praktijk uit te proberen. Oftewel: een proefritje maken.

Controleer of de motor goed oppakt en regelmatig loopt. Blauwe uitlaatrook tijdens het optrekken duidt op extreem olieverbruik.

Controleer de koppeling op aangrijpen, het aangrijptoerental mag niet te hoog zijn! Bij ongeveer 1200 toeren moet de koppeling gaan slippen en bij ongeveer 2000 toeren moet deze volledig ingeschakeld zijn. Wanneer u veel gas moet geven om van de plek te komen (veel slip) is de koppeling versleten. Koppeling vervangen betekent motor uitbouwen!

De Variomatic moet goed op- en terugschakelen. Vreemde geluiden zijn verdacht. Ook onbalans (trillingen) is niet toegestaan. Bij het accelereren en gas loslaten mag de auto niet naar links of rechts trekken. Is dit wel het geval, dan zit dit probleem hoogstwaarschijnlijk in de riemen. In een erger geval zit het probleem in de Variomatic zelf.

Trek op naar een snelheid van bijvoorbeeld 60 km/uur,  en laat het gaspedaal langzaam opkomen om deze snelheid vast te houden. Hierbij dient het motortoerental duidelijk hoorbaar omlaag te gaan. De Variomatic schakelt dan naar de “overdrive” positie. Blijft het motortoerental duidelijk hoog (doorloeien), dan is er iets met de aansturing van de Variomatic mis, of in de primaire (=voorste) Variomatic is een membraan of doorvoerpotje lek. Het vervangen hiervan is een klus voor de wat meer geoefende sleutelaar. Reparaties hieraan zijn echter niet kostbaar.

Controleer of de auto goed rechtuit blijft sporen en niet naar links of rechts strekt in het stuur. Controleer tevens of er geen (overmatige) trillingen in het stuur zitten.

Controleer de remwerking, door bij 50km/uur flink te remmen. De auto mag hierbij niet scheeftrekken.

Controleer verder of er geen abnormale geluiden waarneembaar zijn vanuit de motorruimte of Variomatic.

Het laadstroomcontrolelampje mag bij stationair draaien iets opgloeien. Dit komt door de gelijkstroomdynamo (minder capaciteit). Bij iets gasgeven moet het lampje uitgaan.

(Bron: Technische commissie Dafclub Nederland – 2010)