Geschiedenis

66_ya_open_groot

Het begon allemaal op 1 april 1928, toen Hub van Doorne de “commanditaire vennootschap Hub van Doorne’s Machinefabriek” oprichtte. Mede-oprichter en investeerder Huenges was managing director van een brouwerij in Eindhoven. Hub van Doorne prepareerde Huenges ‘ auto meerdere malen. Hueges was zo tevreden over zijn werk dat hij hem aanbood geld te lenen als hij een eigen fabriek wilde beginnen. Hub begon in een kleine werkplaats te werken op het terrein van de brouwerij. In 1932 werd de naam van het bedrijf veranderd in “Van Doorne’s Aanhangwagenfabriek NV”. Vier jaar later trad Hub’s jongere broer Wim in het bedrijf. Nog eens vier jaar later verliet Huenges het bedrijf. Het Daf bedrijf is nu volledig in handen van Hub en Wim van Doorne. Na de Tweede Wereldoorlog waren luxe auto’s en vrachtwagens zeer schaars. Dit betekende een grote kans voor Daf. In 1949 begonnen zij met de productie van trucks en trailers. In 1957 produceerden zij hun eigen motoren.

De economische situatie en het succes van de Daf Trucks maakte het mogelijk voor Hub van Doorne om zijn droom te verwezenlijken: de productie van een luxe auto. Hij wilde een auto ontwikkelen die betaalbaar was door de gewone mensen. Hij wilde de auto uitrusten met een automatische versnellingsbak, want deze zat ook in zijn Buick Dynaflow. Maar een dergelijke traditionele transmissie was te groot en te complex om te passen in een kleine auto. In de winter van 1954 had Hub van Doorne het idee om riemen te gebruiken, net als veel van de machines die in de fabriek met riem aangedreven werden. De eerste ontwerpen dateren van februari 1955. Hub van Doorne koos een 250 cc tweecilinder motor in de ”kofferbak” om het direct voortbewegen van de achteras door middel van riemen in werking te stellen. Het idee was moeilijk te realiseren in de praktijk. Het volgende voorstel was een threeseater met een 250 cc tweecilinder aan de voorkant en de transmissie onder de achterbank, aangedreven op de achterwielen. Hub vond dit project, genaamd 355 super, maar zijn broer Wim dacht dat de auto te klein was.

Ze besloten om een fourseater te bouwen, en het project 455 kwam op gang. In tussentijd werd de ontwikkeling van de Variomatic transmissie voortgezet. In februari 1956 werd een experimentele versie gebouwd in een Lloyd LP400. Deze auto werd gebruikt voor een uitgebreide test, en omdat de uiterlijke verschijning onveranderd was , zou de auto geen aandacht trekken. In september 1955 presenteerde ontwerper W. van den Brink een ontwerp voor een fourseater. Men besloot om het ontwerp in stand te houden, maar groter te maken. Op 9 semptember 1956 was de eerste auto klaar. In 1957 werden een aantal pre-productie auto’s gebouwd die vooral voor publicitaire redenen werden gebruikt. De auto werd aan het publiek gepresenteerd op de Nederlandse auto-show (de AutoRAI) in februari 1958. De reacties waren overweldigend, er werden 4.000 auto’s besteld. Op 23 maart rolden de eerste twee productie-auto’s van de lopende band.